Lees- en gebedsrooster voorbedezondag evangelisatie

article_image_full

Zondag 16 juni vindt de jaarlijkse voorbedezondag voor evangelisatie en missionair werk plaats. Dit lees- en gebedsrooster is bedoeld om in de week voorafgaand aan de voorbedezondag te gebruiken.

 

Telkens blijkt weer hoe weinig ‘evangelisatie’ het werk van mensen is, maar ook hoe God daar wel mensen voor gebruikt. God is in de wereld aan het werk en daarbij zet Hij ons in. Daarbij gaat het niet zozeer om wat we doen, maar vooral om wie we zijn. Ben je christen, dan ben je zout! Tegelijk blijkt ons zijn uit ons gedrag. Dus bidden we deze week voor onszelf…, of we instrument mogen en kunnen zijn in Gods hand.

 

Maandag 10 juni: Jesaja 41:8-10

Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend, jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde, die ik van haar verste uithoeken terugriep – jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar, jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen. Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

Dank God dat Hij ons heeft uitgekozen en niet heeft afgewezen.

Dank God dat Hij vrede en vergeving geeft.

Bid voor bezieling, God belooft dat Hij ons zal helpen.

 

Dinsdag 11 juni: 2 Korintiërs 3:18

Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.

 

Dank God dat we geroepen zijn om steeds meer op Christus te mogen lijken.

Dank God dat we wij spiegels mogen zijn die Christus mogen weerspiegelen.

Bid om Gods Geest dat anderen aan ons kunnen zien wie Christus werkelijk is.

 

Woensdag 12 juni: Matteüs 5:12,14

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

 

Dank God als je omwille van Christus wordt uitgescholden.

Dank God dat wij zout zijn en niet zuur of zoet.

Bid dat we aan de ene kant bederfwerend en aan de andere kant smaakmakend zijn.

 

Donderdag 13 juni: Marcus 4:26-29

Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.

 

Dank God dat Hij van ons houdt en ons gebruikt, hoe armzalig ons leven ook is.

Dank God dat Hij zelf voor de vrucht zorgt.

Bid voor verwachting dat God door ons heen werkt, ook al weten we niet hoe.

 

Vrijdag 14 juni: 2 Korintiërs 4:7-9

Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde.

 

Dank God dat Hij groter is dan onze aarzelingen en twijfels.

Dank God dat Hij ons nooit in de steek laat.

Bid dat wij vrede brengen waar verdeeldheid is en dat Gods kracht in onze zwakheid zichtbaar wordt.

 

Zaterdag 15 juni: ‘Uitspringen’ ds. Gert van de Brink

Er zaten eens heel veel korreltjes zout in een zoutvat, en ze zaten met elkaar te praten. “Het is heerlijk hier,” zei de een. “Ja,” zei nummer twee, “zo fijn, hè? Allemaal van hetzelfde soort bij elkaar.”

“Weet je wat,” zei nummer drie, “we zouden een nog veel groter zoutvat kunnen bouwen, met nog veel meer zoutkorreltjes, en dan kunnen we lekker dubbelzout zijn met elkaar!”

En toen was er ten slotte één zoutkorreltje dat zei: “Nee hoor, daar doe ik niet aan mee, ik ga er uit en spring in de soep!”

En de anderen zeiden: “Pas maar op, je bent een waaghals! Straks breek je je nek, en je bent sowieso maar één onbeduidend korreltje.”

“Maar,” zei nummer vier, “hier is het niet uit te houden,” en hij sprong in de soep.

 

Dank God voor de gemeente waar we het goed mogen hebben.

Dank God dat we elkaars broers en zussen zijn.

Bid dat God ons steeds meer laat zien hoe wij op onze plek in de maatschappij zout kunnen zijn door uit het vat te springen.

Geef een reactie