Sinds november 2004 vinden de kerkdiensten en veel andere activiteiten plaats in het kerkgebouw ‘Noorderlicht’. Hoewel dit gebouw maar een fysiek huis is, vindt er een bloeiend gemeentelijk leven plaats. Het is dan ook belangrijk dat iedereen zich er thuis voelt.

Noorderlicht?
Ons kerkgebouw staat in Wezep-Noord, en licht heeft een grote symbolische waarde in de Bijbel. Zo is gekozen voor de naam Noorderlicht.
Dit onvoorstelbaar mooie natuurverschijnsel, wordt beschreven als een band van licht, in de wonderlijkste kleurschakeringen, die het donker van de nacht wegtrekt. Treffend is de overeenkomst met de woorden uit de bijbel, uit 1 Petrus 2:9, dat iedereen die in Christus gelooft, niet langer in het donker van de nacht hoeft te leven, maar geroepen wordt tot het leven in Zijn wonderbaar Licht!

Het gebouw
Het gebouw heeft een duidelijke, herkenbare en moderne vormgeving en is goed herkenbaar als kerkgebouw.
Het gebouw moet iets van de majesteit van God uitstralen. Een gebouw met een kerkzaal waaruit blijkt dat je hier God komt ontmoeten en dat onze afhankelijkheid van onze Hemelse Vader benadrukt. Het interieur van de kerkzaal moet daarom uitdrukking geven aan het machtige dat iedere zondag weer plaatsvindt: dat God in het kerkgebouw Zijn volk ontmoeten wil en tot Zijn volk wil spreken. Verticale dimensies en hoogte, met name ter plaatse van het liturgisch centrum (podium), kunnen onze afhankelijkheid van God benadrukken. Hoogte is gevonden door het hoogste punt van het dak te creëren boven het liturgisch centrum. Verticale dimensies zijn gevonden in het lijnenspel van de hoge ramen, rechts van het liturgisch centrum en in de vijf kolommen die opgenomen zijn in de ronde wand. In hoge ruimtes voelt de mens zich klein. Dat wordt op deze manier bewust gecreëerd: wat is de mens, als hij voor God staat? ‘Want Gij, Here, zijt de Allerhoogste over de ganse aarde. Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.’ (Psalm 97:7)

Als we het hebben over de majesteit van God, dan komt dat onder andere tot uiting in Gods schepping. Iets van Gods schepping hebben we in het kerkgebouw tot uiting kunnen brengen door de toepassing van materialen die God ons gegeven heeft: hout en klei, dat zonder toedoen van de mens groeit of aanspoelt. Daarom laten we hout, steen en gebakken dakpannen (klei) bewust zien: natuurlijke materialen. Ook de koperen dakranden zijn een voorbeeld van natuurlijk materiaal; koper werd in het Oude Testament ook regelmatig toegepast. Als je in de hal en de kerkzaal naar boven kijkt, dan vallen de grote houten gelamineerde liggers op, die het dak dragen. De hoofdligger, meer dan vijftig meter lang, die vanaf de entree tot over het liturgisch centrum reikt, loopt precies van West naar Oost. De ligger die overdwars de hele kerkzaal overspant, loopt van Noord naar Zuid. Zo wijzen deze liggers de vier windrichtingen aan, die God bij de schepping heeft bepaald. Daarbij zou de grote dwarsligger symbool kunnen staan voor de scheppende God: ‘Het Noorden en het Zuiden, Gij hebt ze geschapen’ (ofwel: U hebt alles geschapen, Psalm 89:12). Daartegenover zou de lange hoofdligger symbool kunnen staan voor de lankmoedige, de vergevende God: ‘Zover het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.’ (Ps.103:12)

Daarnaast moet iedereen zich thuis kunnen voelen in de verschillende ruimtes. Daarom is met name in de kerkzaal gezocht naar een beschermende, intieme omgeving met een rustige sfeer, beschermend als onder de vleugels van Onze Hemelse Vader. Schuilen bij onze hemelse Vader wordt in de bijbel vaak vergeleken met het schuilen van jonge vogels onder de vleugels van hun moeder. Zo vraagt de dichter in Psalm 61:4: ‘Laat mij schuilen, geborgen onder uw vleugelen.’ Het grote dak van ons kerkgebouw heeft de vorm van een vogel die op de grond zit: de twee grote dakvlakken boven de kerkzaal vormen als het ware twee grote vleugels, waaronder iedereen mag komen schuilen. Zo mag iedereen zich geborgen voelen en als het ware onder de vleugels door, door de ramen, een blik naar buiten werpen. Zoals Psalm 91:4 staat: ‘Met zijn vlerken beschermt Hij u en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht, zijn trouw is een schild en pantser’. En onder de vleugels door valt het licht naar binnen: hoofdzakelijk noorderlicht, want de hoge ramen links van het liturgisch centrum zijn precies gericht op het noorden. Hier, in dit kerkgebouw, mogen we nu God gaan loven en bejubelen, zoals de dichter van Psalm 63:7 dat zegt: ‘Want Gij zijt een hulp geweest, in de schaduw van uw vleugelen jubel ik’.