Sacrament betekent letterlijk ‘genademiddel’, iets dat een diepere betekenis heeft. De Bijbel kent (evenals de protestante christelijke kerken) twee sacramenten, namelijk doop en avondmaal.

Je zou ze ook symbolen kunnen noemen: zo is de doop bijvoorbeeld een symbool voor de afwassing van zonden. Het water wast de zonden niet werkelijk af (het is geen magisch ritueel) maar toont zichtbaar wat er ‘onzichtbaar’ gebeurt: je wordt van binnen ‘schoongewassen’.
De doop hoeft maar één keer te gebeuren. Het avondmaal wordt telkens weer gevierd (bij ons bijvoorbeeld 6 keer per jaar).
Nu volgt een korte toelichting op de sacramenten zoals wij die in de gereformeerde kerk kennen: de doop en het avondmaal.

De doop
De letterlijke betekenis van dopen is ‘onderdompelen’. In de Bijbel is Johannes de Doper een bekende profeet die mensen doopte. Dat gebeurde door onderdompeling. Het onderdompelen staat symbool voor het afwassen van de zonde. Door de prediking van Johannes de Doper, waarin de oproep tot bekering centraal stond, lieten veel mensen zich dopen in de rivier de Jordaan, en begonnen een nieuw leven.
De christelijke doop is door de Here Jezus ingesteld. Zij is niet alleen een teken en garantie van afwassing van de zonde, maar tegelijk geeft ze aan dat je bij God hoort, dat je een kind van hem bent. Daarom noemen we de doop ook wel teken van het verbond. Je moet de doop zien als een symbool, zoals bijvoorbeeld een ring het symbool is van trouw in het huwelijk.
Dit wil niet zeggen dat als je gedoopt bent je geen verkeerde dingen meer doet of dat je voor verkeerde dingen die je na je doop doet opnieuw gedoopt moet worden.
De doop herinnert je er steeds weer aan dat al je zonden worden vergeven als je er spijt van hebt en vergeving vraagt aan God. Je kunt daarom ook zeggen: de doop markeert het begin van een nieuw leven. Het is weer goed tussen God en jou.

Het avondmaal
Het avondmaal is een maaltijd die herinnert aan de verlossing van de zonde door de dood van Jezus Christus aan het kruis en die moet dienen als versterking van het geloof.
Het avondmaal zoals het wordt gevierd in de Christelijke kerken bestaat uit brood en wijn. Het brood staat als teken voor het lichaam van Christus om ons geloof te versterken. De wijn staat voor het bloed van Christus dat als teken staat voor de afwassing van de zonde.
Het avondmaal is door de Here Jezus ingesteld in de nacht waarin Hij werd gearresteerd door de Romeinen, onder leiding van de Joodse overheid. Hij deed dat tijdens de maaltijd zoals die in die tijd altijd werd gehouden op het joodse Paasfeest. Het joodse Paasfeest stamde nog uit de tijd dat het volk Israël wegtrok uit het land Egypte, waar ze lange tijd als slaven hadden gewerkt.

Tijdens de maaltijd die Jezus met zijn 12 discipelen hield, deed Hij het volgende:
Hij nam van het brood en een beker wijn die bij de paschaviering werden gebruikt en gaf daar een nieuwe betekenis aan: die van zijn lichaam en bloed. Zoals het brood gebroken werd en de wijn uitgegoten zo heeft Hij zijn lichaam en bloed opgeofferd om onze zonden bij God te verzoenen.
Deze gebeurtenis herdenken we in de viering van het Avondmaal. Een schaal met stukjes (wit) brood gaat rond, en iedereen die officieel belijdenis van zijn geloof heeft gedaan mag er een stukje van nemen. De beker met (rode) wijn gaat rond en iedereen neemt er een slokje uit. Dat sterkt het geloof in de vergeving van onze zonde door de dood van Christus aan het kruis. Het verzekert me: het is weer goed tussen God en mij!